Torres del Paine


Na een dagje El Calafate ging de reis weer verder, naar Puerto Natales in Chili.    
      

Argentijnse vlag

 

Chileense vlag

 

Dat ging weer per bus en had heel wat voeten in aarde. Eerst de Argentijnse grens. Daar allemaal uit de bus en een hokje in. In dat hokje waren een paar loketjes, waarvan 1 voor mensen die het land uit gingen. Voor dat loketje allemaal in de rij om een stempeltje te halen.  

Argentijnse grens

 

Daarna weer allemaal de bus in om 3 kilometer verder het hele ritueel weer te moeten doorstaan. Nu bij de Chileense grens. Daar moest zelfs alle bagage de bus uit en door een scanner. Daarna wederom allemaal de bus in voor de laatste paar kilometers naar Puerto Natales, de ‘gateway’ voor Torres del Paine. Daar zijn we het eerste de beste hotel ingedoken dat we tegenkwamen en hebben we genoten van een warm bad.                    

                    

De volgende dag weer in een bus, naar Torres del Paine. Daar hebben we 10 dagen rondgelopen. We wilden de hele route (full-circuit) lopen, maar op de 2e dag werden we van een berg geblazen toen we een pas over moesten. We moesten toen weer terug naar de camping waar we de vorige nacht geslapen hadden en hadden niet meer genoeg tijd om de hele route te lopen, tenzij we hele lange dagen zouden maken en dat zagen we niet zo zitten.                

            

De eerste dag kwamen we met de bus aan in het park. Bij de ingang van het park zijn we uitgestapt en hebben we de rugzakken opgedaan. We liepen over vlak terrein en we waren nog maar net op pad, toen we een guanaco tegenkwamen. Dat is een soort lama. Hij was alleen en ging onverstoorbaar verder met eten toen wij voorbij kwamen. Ook zagen we onderweg veel condors. Gigantische vogels die een spanwijdte van wel 3 meten kunnen hebben. Ze cirkelen de hele dag rond, op zoek naar een lekker hapje. We hebben er daarna nog veel meer gezien.             

           

Guanaco

 

Condor

 

Na ongeveer 5 uren kwamen we vermoeid aan bij de eerste camping; campamento Serón. Een heerlijke, rustige plek midden in de natuur. Het bestaat uit een huisje met een grote eetkeuken, waar je kunt eten en om het huisje heen kun je je tent opzetten. De beheerder kan op verzoek ontbijt, lunch en diner maken. In de keuken staat nog een ouderwets fornuis dat op hout gestookt wordt. Dat wordt gebruikt om de ruimte te verwarmen. De enige luxe die er is, is stroom en stromend (warm) water. Bijna alle voorraden worden nog op de ouderwetse manier, met paarden gebracht. Gaucho’s (cowboys op z’n Argentijns) brengen dan die spullen daar. Erg leuk, een hele leuke en vredige plek. We vonden het bijna jammer om weer verder te moeten. 

Campamento Serón

 

Houtgestookt fornuis

 

Camping Serón

 

De volgende dag moesten we weer verder, richting refugio Dickson. Het waaide hard, zo hard dat het water uit de meertjes waaide. We hadden er niet veel last van, tot we over een pasje moesten. Eerst moesten we de heuvel op lopen en dat was al een hele put. De wind trok ons alle kanten op. De grote rugzakken vingen ook veel extra wind. Bovenop de heuvel moesten we door een doorgangetje. Daar stond de wind pal op. We kwamen er niet overheen. Later hoorden we van mensen die er die dag ook waren geweest, dat de windsnelheid wel 150 km/u moet zijn geweest. We werden letterlijk en figuurlijk van onze voeten geblazen. Linda belandde in de stekelbosjes en vistte dagen later nog stekelresten uit haar hand en been. We hadden geen keus; we moesten weer terug naar Séron. Op zich geen straf, maar het gooide onze plannen wel in de war. We hadden nu niet meer genoeg tijd om het hele rondje te lopen, tenzij we lange dagen zouden maken. 

Het water waaide uit de meertjes

 

Toen de tent weer stond, hebben we besloten om terug te gaan en dan vanaf de onderkant zoveel mogelijk van de route te lopen. We zouden dan nog een heel groot deel kunnen lopen en ook de mooiste kant van het park kunnen zien.        

         

          

Gaucho's op weg naar Serón

 

Pakpaarden

 

We moesten dus weer een stukje terug en dan de onderkant van de route lopen met een aantal uitstapjes. Onder andere naar de bergtoppen waar het park zo bekend om staat; de 3 ‘Torres del Paine’ die overal bovenuit steken en waar het park zijn naam aan dankt.         

       

De 3 'Torres del Paine'

 

Na het rustige en kleinschalige Serón kwamen we op de hele grote camping bij Refugio Torres. Gelukkig was de camping niet heel druk. Van daaruit hebben we een dagtocht gedaan naar de 3 torens van het park. Het was prachtig weer (ondanks de frisse wind) en na een laatste pittige klim waren we boven en hadden we uitzicht op een meer met daarboven uit torenend de 3 pieken. Erg mooi.           

                    

Klauteren over de rotsen

 

Nog een klein stukje

 

Mooi uitzicht

 

De volgende dag was het weer tijd om verder te gaan. De onderkant van de route hebben we in 1 dag gelopen. Bij Refugio Los Cuernos hadden we de keus: daar overnachten of nog 2 uren verder lopen naar campamento Italiano. Het weer was prachtig; zonnig en geen wind waardoor het heerlijk warm was. Het was de eerste (en later bleek ook laatste) dag dat we in de korte broek en t-shirt konden lopen. Na een koud blikje cola besloten we om toch maar door te lopen omdat het zulk heerlijk weer was. Je weet daar maar nooit hoe het het volgende uur, laat staan de volgende dag, zal zijn dus moesten we gebruik maken van dit mooie weer. Dat bleek een goede beslissing, want de volgende dag was het mooie weer op. Het werd regenachtig, stormachtig en mistig met lage bewolking. 

1 dag in de korte broek

 

Van campamento Italiano werden we niet blij. Het was er koud, donker en triest. De volgende dag dus zo snel mogelijk weg. Eerst zonder bagage om de, volgens iedereen, prachtige Valle de Frances (Franse vallei) te bekijken. Helaas zagen we niet zo veel door de lage bewolking. Soms konden we nog net een paar mooie bergtoppen zien, maar meer ook niet. Na een uurtje lopen zijn we dus maar terug gegaan zodat we nog tijd hadden om naar de volgende camping, Paine Grande, te lopen. Dan hoefden we tenminste niet nog een nacht op die trieste camping Italiano te blijven.          

          

Mist en lage bewolking

 

Zo gezegd, zo gedaan. We zijn terug gelopen, hebben alles ingepakt en zijn verder gelopen. Het was maar een paar uurtjes lopen, dus dat was prima te doen. We kwamen aan op een camping die vol in de wind lag en weinig beschutting boodt. Er waren alleen lage bosjes waar de tent net achter kon. We hadden tijd voor een rustdag, dus die hebben we genomen. Het bleek een goede dag voor een rustdag, het was een dag met veel regen en hele harde wind.         

          

Wegwaaien bij Paine Grande

 

Stormwolken

 

Stormwolken

 

Na een dag van uitslapen en niks doen, behalve lezen moesten we toch weer verder. Het weer was iets beter, het was nu tenminste droog. Maar het waaide nog steeds heel erg hard. We wilden nog een stuk omhoog lopen, naar Refugio Grey. Die ligt aan Lago Grey waar de gletsjer Grey zijn ijs in laat vallen. Het waaide nog steeds erg hard en er waren weer momenten dat het moeilijk was om tegen die wind in te komen. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment tussen de bomen. Vanaf dat moment ging het beter. Bij de refugio was het koud en nat, maar erg mooi. In het meer dreven allemaal ijsschotsen die van de gletsjer waren afgevallen. De refugio was gezellig en lekker warm door het houtkacheltje dat heerlijk werd opgestookt. De sfeer was er erg gezellig. Iedereen kwam daar binnen zitten om op te warmen, wat te drinken en/of een praatje te maken.          

          

Drijvend ijs

 

          

Drijvend ijs

 

Op ongeveer een uur lopen van de refugio en camping, was nog een camping. Vanaf die camping scheen je een mooi uitzicht te hebben op de gletsjer Grey. Een mooi dag (middag) uitstapje dus. Het was niet echt helder weer, maar we zijn er toch maar naar toe gelopen. Onderweg leek het er niet echt op dat we veel zouden kunnen zien, maar toen we bij de gletsjer waren was er net een helder moment. Het zonnetje kwam een heel klein beetje tevoorschijn, dus we konden toch nog wat zien. Zover we konden kijken was het alleen maar ijs. En daarachter ook nog. We zagen ook maar 1 tong van de gletsjer, maar er zijn er 3. Ergens in de verte komen die samen om 1 enorme ijsvlakte te vormen. Na dit tochtje hebben we ons weer lekker opgewarmd aan het vuur in de refugio.          

          

Heel veel ijs

 

Glaciar Grey

 

Indrukwekkend

 

3 ijstongen

 

Ijs zover je kunt kijken

 

Nog even genieten

 

De dag erna was het tijd voor de allerlaatste etappe; terug naar Paine Grande. Daar weer de tent opgezet tussen de windvlagen door. De volgende dag vertrokken we uit het park. Vanaf Paine Grande kun je met een boot, een snelle catamaran, naar het deel van het park waar een weg langs loopt. Na een uurtje varen ben je dan weer in de relatief bewoonde wereld. In het park heb je echt het gevoel dat je in de rimboe bent. Er zijn niet heel veel andere mensen (behalve in de zomer) en er zijn geen winkels. Alleen bij de refugio’s is een klein winkeltje waar je het broodnodige, zoals pasta en brood, kunt kopen. Met de boot dus naar de overkant van het meer en vandaar verder met de bus naar Puerto Natales. Dan ben je weer helemaal in de bewoonde wereld. We hebben hetzelfde hotel als de eerste keer weer opgezocht. Dat was lekker dicht bij de plek waar de bus naar El Calafate de volgende dag zou vertrekken.          

          

De catamaran

 

Allemaal aan boord...

 

Na weer eens een nacht in een bed geslapen te hebben, moesten we de volgende dag het hele grens-ritueel weer doorstaan. De bus vertrok om half 9 en ongeveer 5 uren later waren we weer terug in El Calafate. Bij de camping herkenden ze ons al en we zochten weer een mooi plekje. De volgende ochtend hebben we genoten van een erg luxe ontbijt; met sinaasappelsap, ham, kaas, salami, tomaat, yoghurt en grote broodjes. Wat een delicatesse! Dat hadden we allemaal al heel lang niet gehad!         

          

Luxe en gezond ontbijt

 

Diezelfde dag, 5 december, vertrok ons vliegtuig naar Ushuaia. Dat was pas aan het einde van de middag, dus we hadden nog een groot gedeelte van de dag om heerlijk van de warme zon te genieten. Want die scheen volop, dus we konden weer even lekker zonlicht tanken. Die zon hadden we toch wel gemist, maar het gevolg was wel weer een verbrande neus.          

          

Wachten op het vliegtuig

 

Ons vliegtuig

 



Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>