Noorwegen op de fiets 2010


Eind juni – begin juli 2010 hebben wij 2 weken door Noorwegen gefietst. De route ging van Larvik, via Geilo en Flåm naar Bergen en van daaruit eilandhoppen naar Stavanger. Toen met de trein naar Kristiansand vanwaar de veerboot naar Hirtshals weer vertrok.

 

We zijn met de auto naar Hirtshals in Denemarken gereden, hebben de auto daar achtergelaten en zijn met bepakte fietsen op de boot naar Larvik gestapt. We hebben toen een klein stukje langs de kust naar het zuiden gefietst, maar daarna zijn we al snel langs een aantal fjorden steeds dieper het binnenland in gegaan.

 

Het begon al meteen spectaculair, met een onverharde weg hoog boven het water van een gigantisch lang meer. Het onverharde pad ging alleen maar op en neer en daar moesten onze benen erg aan wennen. Onderweg kwamen we ook helemaal niets en niemand tegen, het was daar totaal verlaten. Uiteindelijk kwamen we weer in de bewoonde wereld, waar we bij de plaats Lunde een camping vonden. Deze camping was pal aan het Telemark kanaal, een heel bekend kanaal in Noorwegen. Er zijn zelfs tochten over dit kanaal en z’n vele sluisjes te maken, waarbij je met een soort rondvaartboot over het kanaal vaart.

 

Toen verder het binnenland in, nog een stukje naar het westen en daarna naar het noorden, over verlaten wegen en door verlaten gebieden. Zo nu en dan een heel klein dorpje, maar verder helemaal niks. Onderweg heel veel water en bossen. De weg ging nog steeds alleen maar op en neer, met over het algemeen korte maar steile klimmetjes. Voor Linda was dit erg zwaar omdat ze niet bepaald een klimmer is en die hele korte, steile stukjes (stijgingspercentage van 8% is heel normaal daar) waren erg zwaar voor haar. Na een lange klim en een stormachtige tocht over een hoogvlakte waar we bijna vanaf geblazen werden, kwamen we na een heerlijke afdaling bij de plaats Rjukan aan.

 

Daar is de elektriciteitscentrale Vemork waar in de oorlog een hele belangrijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De Duitsers hadden die centrale ingenomen en maakten er het zogenoemde ‘zware water’. Hiermee konden atoombommen worden gemaakt. De geallieerden wilden deze centrale terug veroveren, maar ze moesten door een groot en onherbergzaam gebied om er te komen. Onder de naam ‘Operation Grouse’ landden in oktober 1942 4 Noorse parachutisten vlakbij Rjukan. Later zouden ze gezelschap krijgen van 34 Britse saboteurs die de elektriciteitscentrale onklaar moesten maken. Het was de bedoeling dat deze Britten met twee zweefvliegtuigen zouden landen, maar 1 van de vliegtuigen crashte tegen een berg en de andere bij de landing. Alle Britten die de ongelukken hadden overleefd werden door de Duitsers doodgeschoten. De Noren hebben daarna de hele winter op Hardangervidda moeten overleven zonder meegebracht eten of ander comfort. Hardangervidda is een onherbergzame hoogvlakte waar het bijna altijd (hard) waait en waar het ‘s winters heel erg koud is en veel sneeuw valt. Uiteindelijk is er in februari 1943 een nieuwe groep Engelsen gekomen en die zijn via de nu beroemde ‘saboteurroute’, waarin een steile afdaling zit, naar de centrale afgedaald en hebben daar alles opgeblazen. De Duitsers hebben de centrale weer opgebouwd, maar die is later gebombardeerd en opnieuw vernietigd door de Amerikanen. Toen hebben de Duitsers het opgegeven.

 

Na dit stukje (onverwachte) geschiedenis ging de tocht weer verder, richting Geilo. Weer door niemandsland en over vele bergen en heuvels. Het laatste stuk naar Geilo bestond uit 3 (langere) klimmen richting wintersportgebied. De Noren hebben overal waar het maar verlaten en onherbergzaam is vakantiehuisjes. Ook daar boven in de bergen bij Geilo. Hele leuke hutten met gras en andere begroeiing op het dak. Het leek soms net Hobbitland. Er was daar nu, in de zomer, weinig te beleven. Het dorp Geilo was een stuk kleiner dan we hadden verwacht. Er was een grote supermarkt en een paar buitensportwinkels, maar dat was het ook wel zo ongeveer.

 

Vanuit Geilo gingen we richting Haugastøl, waar Rallarvegen begint. Rallarvegen is een soort (onverharde) mountainbike route dwars over het Hardangervidda plateau. De eerste helft was prima te doen. Het pad was prima en steeg langzaam, net aan de treinrails die er naast loopt. Ook het weer was erg goed, vol zon en lekker warm. Ongeveer op de helft van de route ligt het plaatsje Finse, op 1222 meter. Hier is het hoogste treinstation van Noorwegen. Hier hebben we in de wachtruimte van het treinstation (het waaide inmiddels hard en koud) gelunched voor we het laatste stuk lekker bergaf naar Flåm konden fietsen. Dachten we…. Dat afdalen liet nog even op zicht wachten! Het pad ging nog steeds omhoog (uiteindelijk tot op zo’n 1320 meter) en was nu zo slecht dat we hele stukken moesten lopen. En toen kwamen ook nog de sneeuwvelden! Op veel plaatsen lag er nog een hele bult sneeuw op het pad. Daar moesten we de fietsen dus doorheen duwen. Als je gewoon een onbepakte mountainbike hebt is dat niet zo’n probleem. Die kun je eventueel ook nog op je schouders nemen en er zo doorheen lopen. Een volledig bepakte vakantiefiets is echter een ander verhaal. Dat werd hard duwen omdat de banden nog wel eens weg gleden en de voortassen in de sneeuw bleven steken. Na zo’n sneeuwveld zat de sneeuw overal tussen. De eerste paar keer waren leuk, maar daarna werd het hard minder ook omdat het inmiddels al niet zo heel vroeg meer was. We moesten nog een heel eind naar Flåm, dus dat zou een latertje worden. Dat afdalen kwam maar niet, dus het bleef ploeteren. Toen we dachten dat we er echt bijna waren, stonden we bovenaan een hele set supersteile ‘switchbacks'; haarspeldbochten met daartussenin hele steile stukjes onverhard pad. Het eerste stuk moesten we al lopend proberen die zware fietsen in bedwang te houden. En toen, eindelijk, werd het minder steil en konden we gaan genieten van een lange afdaling. Op een gegeven moment werd de weg verhard en toen ging het nog beter. Eindelijk, om een uur of half 8 en na ongeveer 8,5 uur fietsen (en lopen), kwamen we aan in Flåm. Linda haar remblokken waren helemaal versleten door alle gruis en steentjes en de smeltende sneeuw. Op het laatst moest ze de remmen tot aan het handvat inknijpen en dat hielp nog niet heel veel. Gelukkig hadden we reserve remblokjes mee. Die konden er dus meteen de volgende dag op.

 

In Flåm hadden we onze eerste (en enige) echte rustdag. We hebben deze gebruikt om een rondvaart te doen over het bekende Aurlandfjord. Mooi blauw water, prachtige steile bergen met veel groen om ons heen, veel watervallen en een zonnetje boven ons hoofd. Heerlijk!

 

De volgende dag moesten we weer verder. Met een treintje over een van de steilste rails van de wereld naar Myrdal en van daaruit verder met de trein naar Bergen. De bedoeling was om ook dit stuk te fietsen, maar vanwege tijdgebrek hebben we dit stuk met de trein moeten doen.

 

Bergen staat er bekend om dat het daar minimaal 275 dagen per jaar regent. Omdat wij de hele eerste week echt prachtig weer hebben gehad (zonnig en zo’n 27ºC), hoopten we dat we ook in en rond Bergen geluk, en dus mooi weer, zouden hebben. Helaas… Toen we aankwamen zagen we al dreigende wolken in de verte. We zijn nog even naar de haven en de bekende wijk Bryggen gefietst en hebben toen een camping opgezocht. Dat viel nog niet mee omdat het een hele opgave was om de stad uit te komen. Voor autoverkeer stond alles goed aangegeven, maar voor fietsers een stuk minder! Uiteindelijk hebben we dan toch een camping gevonden. ‘s Nachts heeft het ontzettend hard geregend en ook ‘s ochtends was het nog niet helemaal droog. Gelukkig duurde het niet lang voordat het wel droog werd.

 

Het laatste stuk van onze tocht ging via verschillende eilandjes onder Bergen naar Stavanger. We moesten rekening houden met de veerboten, maar die gingen vaak genoeg per dag. Alleen bleken wij een oude kaart te hebben waarop nog enkele veerboten aangegeven stonden die niet meer varen! Dan stonden we ergens, waar we dachten dat de veerboot van vertrok en dan was er niks… Daar sta je dan, met je fietsje… Als je met de auto bent, stap je gewoon weer in en rijd je een stukje verder naar een plaats waarvandaan wel een veerboot vertrekt. Op je fietsje doe je daar wat langer over… Het weer deed ook niet altijd even leuk mee. Een aantal keren ‘s ochtends (veel) regen en daarna weer droog en zelfs de zon er bij. De langste fietsdag (van bijna 9 uren fietsen), hebben we van ‘s ochtends 9 tot ‘s avonds 6 uur in de regen gefietst. Daarna werd het droog en toen konden we nog 2,5 uur zonder regenpak fietsen. Gelukkig was het nog steeds niet koud.

 

Via Haugesund zijn we naar het havenplaatsje Skudeneshavn gefietst. Daar zijn we op de boot naar Stavanger gestapt. In Stavanger zijn we weer op de trein gestapt, naar Kristiansand. De volgende dag moesten we al vroeg op om de boot naar Hirtshals te halen.

 

Toen we daar rond het middaguur aankwamen stond de auto gelukkig nog op ons te wachten. Alles in de auto en op naar huis. Wel vreemd om ineens weer in een auto te zitten en de weg onder je door te zien schieten. Om een uur of 10 ‘s avonds waren we weer thuis. Daar eindigde weer een erg leuke fietsvakantie in een prachtig land.

 

We hadden, vooral de eerste week, erg boven verwachting mooi weer. Vol zon en heerlijk warm. De tweede week was er wat minder zon, maar het was niet veel minder warm. Koud hebben we het helemaal niet gehad.

Voor foto’s klik hier



Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>